Echte Fami-mannen eten kip

Ik ben een echte Fami-man, een FamilyMart-man, met een hoofdletter F. Ik houd van speelse blauwe letters. Ik ben gek op brede groene balken. En ik eet graag fami-chikkies, malse kippetjes in een papieren zakje met het FamilyMart logo op de voorkant.

FamilyMartLaat ik eerlijk zijn. Soms, als het niet anders kan, loop ik een andere gemakswinkel binnen. De 7-Eleven, de Lawson. Ik kijk dan altijd expres een beetje vies om me heen en probeer zo vlug mogelijk weer buiten te staan. Wat maakt Lawson minder dan de FamilyMart? Het logo mist een brede groene balk. De letters zijn niet blauw en ook niet speels. De kippetjes heten niet fami-chikkies. Maar vooral: Lawson is geen FamilyMart.

Lees verder…

Sumo, een spektakel

Neutraler dan de man in het zwarte streepjespak, drie rijen lager, worden ze niet gemaakt. Zijn haar zit in een keurige scheiding. Stropdas strak om de nek, de punt netjes weggestopt in zijn jasje. Ik schat hem halverwege de vijftig. Een centimeter of 170. In het dagelijks leven leidt hij een stoffige bedrijfsafdeling van een traditioneel bedrijf met een lange geschiedenis, zo stel ik me voor. Hij begon ooit onderaan, maar zijn natuurlijke charme en doorzettingsvermogen bleven niet onopgemerkt en leverden hem de functietitel manager op. Hier stopt het echter. Voor de zoon van een eenvoudige arbeidersfamilie zit verdere promotie er niet meer in. Het doet hem weinig. Hij ambieert geen topfunctie. Na zessen ziet hij liever zijn vrouw dan het gelakte tafelblad in de vergaderzaal.

Lees verder…

Herinneringen voor de toekomst

Herinneringen voor de toekomst. Japan vóór en na de ramp in Google Street View.

De paarden van Seoul

De spanning is voelbaar als twaalf paarden en hun jockeys de ring betreden voor een sprint over 1200 meter. Niet voor niets, want er staat geld op het spel. Veel geld. De vele duizenden bezoekers van het Seoul Race Park in de Zuid-Koreaanse hoofdstad hebben voor aanvang van de wedstrijd flink gewed op de paarden die zij het liefst als eerst over de finishlijn zien gaan. Het gros bestaat uit middelbare Koreaanse mannen, briesend en galopperend bij de gokautomaten om hun stem te laten gelden.

Mijn geld staat op paard acht, een jonge merrie die naar de naam Vicar Dreamer luistert. Een plaats in de top drie is goed voor een verdubbeling van mijn inzet, daaronder ben ik alles kwijt.

Lees verder…

Noedelslurpen

Ik zit op een iets te lage kruk aan de bar van een klein noedelrestaurantje waar hoogstens plek is voor tien man.

Om mij heen wordt nauwelijks gesproken. De meeste klanten zijn alleen, getrouwde mannen die na een hectische dag op kantoor liever in alle rust hun krantje lezen dan dat zij terugkeren naar hun vrouw. De enkeling die een collega heeft meegenomen, doet op fluistertoon zijn verhaal. Hoewel ik te ver weg zit om hen goed te verstaan, begrijp ik dat de twee de ramp in Fukushima bespreken — waarover kan het tegenwoordig anders gaan?

Lees verder…

Duizend kraanvogels

Dinsdag drie augustus. Op het ronde tafeltje voor me staat een halfvol glas ijskoffie met een rietje; ernaast ligt een dun romannetje van bedenkelijke kwaliteit. Een kleurrijke boekenlegger met de afbeelding van een geisha op de voorzijde steekt een paar centimeter tussen de bladzijden uit en verraadt dat ik nog tweederde te gaan heb.

Ik zit in een koffiehuis, op de vlucht voor de klamme hitte die de stad in zijn macht houdt. Ver weg klinkt het zachte geluid van een piano die jazzy nummers speelt in een eenvoudige uitvoering. Het instrument komt nauwelijks uit boven het constante geroezemoes van de klanten in de zaak. Achter de glazen ruit naast de ingang razen taxi’s wild over het asfalt en pikken bussen doorweekte passagiers op – sommigen van het zweet, anderen van de hevige regenbuien die onvoorspelbaar komen en gaan. Het regenseizoen heeft haar hoogtepunt bereikt.

Lees verder…

Tōkyō Sky Tree

Een halve dag vrij in Tōkyō, zoveel te doen. Op zoek naar de rust van Meiji Park, of juist de drukte van het centraal station? Op visite bij de keizer, of de toerist uithangen in Asakusa? Nee, ik wil maar één ding.

——559 meter stalen schoonheid.

Vanaf vliegveld Haneda stap ik op de Keikyū-lijn, die me dwars door de metropool rijdt. Haast is er niet: af en toe raast de trein een perron voorbij, maar meestal stopt hij om passagiers in en uit te laden. Bekende en onbekende stationsnamen wisselen elkaar af. Na vijftig minuten wordt Oshiage omgeroepen. Ik stap uit en manoeuvreer me door een doolhof van ondergrondse gangen richting de uitgang. Daar wacht een spectaculaire verassing.

Lees verder…

Rust

Het is 33 graden als we ‘s morgens uit de auto stappen voor een korte stop langs de snelweg die de prefecturen Nagasaki en Saga met elkaar verbindt. Het is rustig op de parkeerplaats. Verderop rookt de bestuurder van een witte Honda zijn sigaret op, terwijl een Mitsubishi-rijder hem passeert voor een vlugge maaltijd in het restaurant. Noedels, ongetwijfeld.

Lees verder…

De torii en de bom

Ingeklemd tussen enkele woningen en de kabels die de buurt van stroom voorzien, staat de rechterhelft van een stenen torii van het nabijgelegen Sannō heiligdom. De linkerhelft werd op 9 augustus 1945 verwoest door de atoombom die, nog geen kilometer noordelijker, op Nagasaki viel en een spoor van dood en verderf achterliet.

Een schoolklasje neemt even rust bij de torii om vervolgens koers te zetten richting het vredespark. “Want over drie weken,” vertelt de juffrouw aan haar leerlingen, “worden de slachtoffers van de bom daar herdacht.”

Terug in Nagasaki

Om kwart over twee ‘s middags — precies op tijd, hoe kan het ook anders — stap ik uit de Bombardier CRJ200 op het vliegveld van Nagasaki. Een klein vliegtuigje, maar ruim genoeg voor de twintig passagiers die vandaag vanuit Ōsaka meevlogen.

Het is heet op het vliegveld, en hoewel het even droog is, verraadt de vochtige lucht dat ik midden in het regenseizoen zit. Dat belooft wat.

Mito Kōmon: “Hollands schip!”

“Hollands schip!” (オランダ船, oranda-sen), roept acteur Gōda Masashi zichtbaar aangedaan wanneer hij bovenop één van de pakhuizen van het kunstmatige eilandje Dejima is geklommen en door een kijker schijnbaar over de baai van Nagasaki uitkijkt. Het moet twee keer over, dan staat het perfect op camera.

Maar vergeleken met 400 jaar geleden is de kustlijn anno 2008 een stuk opgeschoven, en het is in werkelijkheid geen tot aan de horizon reikende zee die Gōda ziet, maar groene, ronkende trammetjes die richting de halte van Tsukimachi rijden, en daarachter het overdekte winkelcentrum Hama-no-machi.

Mito Kōmon: Yumi Kaoru

Ook actrice Yumi Kaoru was aanwezig op Dejima voor de aflevering van Mito Kōmon die op 15 december 2008 in heel Japan werd uitgezonden.

Mito Kōmon op Dejima

Acteur Satomi Kōtarō bezoekt het historische eilandje Dejima in de rol van Mito Mitsukuni voor de opnames van “Mito Kōmon”, de langstlopende televisieserie van Japan.

Sneeuw in Mogi

Dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn, blijkt als ik ‘s morgens door het zolderraam naar buiten kijk. Het is Mogi dat zich laat aanschouwen, een klein vissersplaatsje in het zuid-oosten van de stad Nagasaki, ingesloten tussen de bergen en de baai van Tachibana (橘湾, tachibana wan). In Mogi weet men bij elk gezicht nog de naam, en het aantal buitenlanders dat er verblijft is ten alle tijden op één hand te tellen. Momenteel zijn het er vier: de drie Chinese meisjes die in de plaatselijke fabriek werken en over wie menig verhaal de ronde gaat vanwege hun licht-arrogante gedrag -het zal het cultuurverschil zijn waar de Mogiërs aan moeten wennen- en ikzelf.

Maar het Mogi waar ik naar kijk, is een ander Mogi dan dat van gister of de dag daarvoor. De daken van de huizen om mij heen zijn wit, en in de tuin staat een kleine sneeuwpop bovenop een omgekeerd houten krat waarin gewoonlijk vis wordt vervoerd. Het sneeuwt.

De kracht van koffie

De Starbucks op wielen is een prachtige uitvinding, maar als het er echt op aankomt, gaat er niets boven de vertrouwde vestiging in Nagasaki’s Yume Saito (夢彩都, yume saito). Ook anno 2010 worden de zachte stoelen van het beroemde koffieketen bezet door een stel Nederlanders die, wanneer Vadertje Tijd het maar even toelaat, onder het genot van een warme of koude drank en een stijlvol Jazz-deuntje de zin van het leven en de smaak van cacao bespreken.

Sander kijkt guitig in de camera alsof hij wil zeggen, doe mij nog maar zo’n Dark Mocha Chip Frappuccino.

Starbucks op wielen

We leken als Nederlanders eindelijk onze achterstand op de rest van de wereld enigszins in te hebben gelopen met de Starbucks ketens die de laatste tijd langzaam maar zeker ook buiten Schiphol uit de grond komen zetten. Maar schijn bedriegt. Een rijdende Starbucks, dan draai je pas mee.

In het Yamashita park, niet ver van Minato Mirai, stond een Starbucks wagen geparkeerd om toeschouwers van de triatlon van Yokohama te voorzien van een heerlijke Frappuccino. En verdiend natuurlijk, want met temperaturen boven de dertig graden is zelfs het aanmoedigen van atleten topsport.

Yakushima

Yakushima.

Minato matsuri, het havenfestival

Nagasaki stond dit weekend weer in het teken van het jaarlijkse havenfestival (港祭り, minato matsuri). Pyke en ik droegen voor de gelegenheid onze jimbei (甚平), Lena en Kana hadden hun yukata aan. Glynis, Matthias en Reiko waren er ook bij.

Het regende en we besloten, net als honderden anderen, te schuilen in winkelcentrum Yume Saito (夢彩都, yume saito). We zijn er tegenwoordig wel aan gewend af en toe te worden aangestaard, maar het was nooit eerder zo erg als nu. Japanse kinderen poogden de grens van hun dapperheid te overschrijden door zo dicht mogelijk in onze buurt te staan of tussen de “reuzen” door te lopen, scholieren schreeuwden enthousiast gedag en volwassenen tikten elkaar en wezen vervolgens op “die buitenlanders in Japanse kleding”.

En de Westerse toeristen keken al even vreemd op.