“We kunnen naar de vismarkt gaan,” lachte ik terwijl ik me op mijn zij draaide. De tweede nacht in Tōkyō had ik grotendeels met Lena en Matthias in een karaokebar in Asakusa gespendeerd. Nu, het was een uur of vier, lagen Matthias en ik net weer op onze kamer.
“Doen we!” riep Matthias, terwijl hij overeind kwam. Vijftien minuten later zochten we in een internetcafé om de hoek de route en dienstregeling van de trein uit, nog eens drie kwartier later stonden we op het station van Tawaramachi (田原町駅, tawaramachi eki), klaar om de eerste trein in de goede richting te pakken.
Het was half zeven toen we bij de Tsukiji vismarkt (築地市場, tsukiji shijō), de grootste ter wereld, aankwamen. Overal stonden kraampjes met de meest uiteenlopende soorten vis, sommige reeds ontdaan van kop en vinnen, andere spartelend in een teiltje water of rondjes zwemmend in een aquarium. Kleine driewielers reden af en aan met kartonnen dozen en toeterden wild naar elkaar en de touristen die en masse in de weg liepen.
Na de markt op en neer te zijn gelopen, keerden we moe en gebroken terug naar de ryokan, hopend nog een paar uurtjes verdiende slaap in de wacht te slepen. Helaas, de rest stond ons buiten al op te wachten — het standaardprogramma moest gecontinueerd worden.
男なら!
Een lekker visje gaat er altijd wel in hè, Rolf.
Dat was weer is zo’n heerlijk fout idee van ons ^^