Het was stil bij het Fushimi Inari heiligdom (伏見稲荷大社, fushimi inari taisha). Samen met Lena en Sander beklom ik het pad naar boven, de berg op, overdekt door honderden, duizenden, ontelbare rode torii (鳥居, torii). Overdag wordt het heiligdom overspoeld door toeristen, maar nu, het liep tegen middernacht aan, was er niemand.
Plotseling dook een donkere schaduw tussen de torii op — een jongeman, een Amerikaanse toerist of student misschien, eenzaam in gehurkte positie.
“Best griezelig hier hè, ‘s avonds,” zei de jongen, terwijl hij overeind kwam toen we wat schuwend langs hem liepen.
“Valt wel mee,” antwoordde Lena. We liepen door zonder verdere aandacht aan hem te schenken.
Maar het werd al gauw duidelijk dat hij ons volgde. Wij bleven staan, de jongen passeerde ons, kwam enkele tientallen meters verderop tot stilstand en hurkte weer neer. Het was duidelijk. “Best griezelig hier hè, in je eentje.”
Hehe, daar staatie dan eindelijk! Een tribute aan de Inari Jinja!
Wat een dol dwaze avontuur was dat, moet je nagaan dat we bijna in Nara terecht waren gekomen met die trein.
Maar die vent was creepy, wie weet wat hij allemaal in zijn rugzak verspot had..
nou, ik moet zeggen dat ik ook wel één meter de lucht in sprong toen die hond onverhoeds en wild begon te blaffen…verdikkie zeg, die had ik niet zien aankomen!
Is een mooie foto geworden, Rolf!